

Het werk in de natuur staat nooit stil. Na de uitvoering van de herstelwerkzaamheden moet het gebied goed beheerd worden. Zo voorkomt Staatsbosbeheer dat er opnieuw jonge boompjes uitlopen en de Engbertsdijksvenen langzaam weer dichtgroeien. Een open veenlandschap is het streven, zodat we een uniek ecosysteem behouden voor toekomstige generaties. Naast de inzet van machines wordt het open landschap behouden door middel van begrazing.
Aannemer Fuhler heeft de opdracht om tot drie jaar na de herstelwerkzaamheden het gebied te beheren op de delen die al zijn gekapt en waar opslag is verwijderd. “Zo voorkomen we dat er opnieuw uitlopers ontstaan,” zegt boswachter beheer Ruud Wantia. Ruud coördineert de beheermaatregelen namens Staatsbosbeheer.

Naast machines speelt begrazing een belangrijke rol bij het openhouden van het gebied. “De begrazing van delen van de Engbertsdijksvenen met Blaarkop-ossen en Hollandse landgeiten helpt ons het landschap open te houden,” legt boswachter Ruud uit. “We verpachten een deel van de gronden aan een lokale boer. De ossen worden onder meer ingezet om ongewenste soorten zoals pitrus en pijpenstrootje kort te houden.” De geiten grazen ook jonge, houtige gewassen weg, zoals boompjes. “Elke vorm van begrazing heeft zo zijn eigen effect. Een afwisselend veenlandschap is belangrijk voor veel verschillende planten- en diersoorten die afhankelijk zijn van dit milieu, zoals de roodborsttapuit, de kraanvogel, adder en zandhagedis.”

Hoe het beheer er in de toekomst uit gaat zien, hangt af van hoe nat het gebied blijft na de herinrichting. Boswachter Ruud: “Een veengebied zoals de Engbertsdijksvenen is afhankelijk van een stabiele waterstand, zodat het veen intact blijft of zich zelfs verder kan ontwikkelen. We zien al jaren dat het veen langzaam verdroogt. Daarbij komt veel CO₂ vrij. Ons doel is om de Engbertsdijksvenen nat te houden, zodat CO₂ wordt vastgelegd in het veen en kwetsbare plant- en diersoorten voor ons land behouden blijven. Zorgvuldig beheer van dit landschap blijft dus essentieel.”
Omgevingsmanager